Scheggendebat: Naar een gedeelde visie voor verdeelde landschappen

10 juni 2026

Met de uitspraak “Mensen weten niet waar de Scheggen liggen en onbekend maakt onbemind” opende Indira van ’t Klooster, directeur van Arcam, een debatavond over de toekomst van de Amsterdamse Scheggen, met speciale aandacht voor de Diemerscheg. De Amsterdamse Scheggen, ook wel de groene longen van Amsterdam genoemd, staan onder toenemende druk vanwege verstedelijking, klimaatverandering en de energietransitie, die voor uiteenlopende belangen in hetzelfde landschap zorgen.

Op 21 mei 2026 organiseerden Metropola, Natuur- en Milieufederatie Noord-Holland (NMF) en Arcam een debatavond over de toekomst van de Amsterdamse Scheggen in het Cultureel Educatief Centrum Zuidoost, aan de rand van de Diemerscheg. Bij het debat waren aanwezig: moderator Sijas Akkerman (NMF), Daan de Jong (Gemeente Amsterdam/ Atelier 2100) en debatdeelnemers Erika Spil (wethouder Ouder-Amstel), Matthijs van den Berg (wethouder Diemen), Wim Zwanenburg (Beschermers Amstelland) en Robert Graat (Staatsbosbeheer).

Toekomstscenario’s voor de Scheggen in de Metropoolregio Amsterdam 

Voorafgaand aan het debat presenteerde stedenbouwkundige Daan de Jong bevindingen uit het onderzoek Atelier 2100 van de Gemeente Amsterdam. Atelier 2100 is een toekomstverkenning naar de ontwikkelingen van de Metropoolregio Amsterdam in vier verschillende scenario’s. Hierdoor probeert het onderzoek de effecten van (ruimtelijke) keuzes voor de verre toekomst te schetsen en bespreekbaar te maken. De scenario’s, het Improvisatietheater, de Stadstaat, het Drieluik en Europolis laten zien hoe keuzes rondom samenwerking, verstedelijking en landschap grote invloed hebben op de toekomst van de regio. Daan de Jong lichtte hierbij globaal toe wat dit zou kunnen betekenen voor de toekomst van de Scheggen.

In het Improvisatietheater blijven de Scheggen versnipperd, zoals het de huidige dag, zeker in de Diemerscheg, al vaak wordt ervaren. Het is een scenario dat zich voor zou doen als we niks veranderen en op de huidige koers verder zouden gaan.

In de visie Stadstaat doet Amsterdam het zelf. Dit zou betekenen dat investeringen vanuit het Rijk worden uitgesteld en Amsterdam zelf verder gaat ontwikkelen. Hierdoor wordt de stad compact en zelfvoorzienend en zouden de Scheggen worden ervaren als metropolitaans park voor de stad.

In het Drieluik staat samenwerking met de regio centraal, waarin wordt ingezet op de ontwikkeling van twee bloeiende steden, een ten westen en een ten oosten van Amsterdam. De regio Haarlem, IJmuiden, Beverwijk en Wijk aan Zee wordt samengevoegd Kennemerstad en Almere samen met het Gooi worden Almeerstad. Hierdoor blijft het omliggende landschap tussen de drie steden relatief open en wordt de grens tussen landschap en stad duidelijk en herkenbaar. In dit scenario bestaat er een open landschap tussen de Scheggen, waarin de Scheggen door een sterke samenwerking tussen de drie steden productief worden benut.

In de visie Europolis werkt Amsterdam sterk samen met Nederland en West-Europa. Er wordt op elke plek in Amsterdam goed gekeken naar de waarde die deze plek kan hebben in het grotere bovengenoemde netwerk. In dit scenario wordt een deel van de Scheggen helemaal opgeslokt in de agglomeratie, waardoor er weinig van de Scheggen overblijft en grenzen vervagen. Over het onderzoek en de vier toekomstvisies kun je hier meer lezen.

Als reactie op de toekomstscenario’s kwam er vanuit de zaal de vraag welke keuzes nu gemaakt moeten worden om ervoor te zorgen dat de Scheggen in de toekomst groen en toegankelijk blijven. Volgens Daan de Jong vraagt dat om langetermijndenken, met speciale aandacht voor water en bodem. Juist omdat veranderingen in het landschap later moeilijk terug te draaien zijn, is het belangrijk daar nu al rekening mee te houden. Zowel panelleden als het publiek waren betrokken bij het langetermijndenken en kwamen een aantal keer terug op de verschillende scenario’s voor 2100. Tegelijkertijd werd er van verschillende kanten ook benadrukt dat we niet alleen bezig kunnen zijn met de toekomst, maar ook rekening moeten houden met het dagelijks gebruik van de Scheggen: hier wordt nu gewoond, gewerkt en gerecreëerd.

Het ontwikkelperspectief 

Het debat opende met het overkoepelende thema van langetermijndenken, passend bij het onderzoek van Atelier 2100. Wethouder Matthijs van den Berg lichtte daarbij het ontwikkelperspectief van de Diemerscheg toe. Vanuit dit perspectief zijn keuzes gemaakt voor de middellange termijn: een gezamenlijke visie van verschillende gemeenten en Staatsbosbeheer, gericht op het behouden en versterken van de groene Diemerscheg. Zo omvat het plan klimaatadaptatie keuzes zoals onder andere het nat klimaatbos, waarin wordt onderzocht hoe een nat broekbos-ecosysteem in het Diemerbos positief kan bijdragen aan klimaatverandering en bodemdaling. Daarnaast zijn er keuzes gemaakt rondom recreatieve voorzieningen en verbinding in de Diemerscheg, zoals het fietsrondje Diemerscheg en de natuurboulevard. Je kunt hier meer over het ontwikkelperspectief lezen.

Energie, bescherming en ruimtelijke keuzes 

Binnen het langetermijndenken werd onder meer gesproken over de komst van energie-infrastructuur en de vraag of deze al dan niet onvermijdelijk is in de Scheggen, en specifiek in de Diemerscheg. Rondom knooppunt Diemen zijn vier potentiële locaties voor windturbines aangewezen. Binnen het OER (Opwek Energie op Rijksgronden) Diemerscheg-samenwerkingsproject – onderzoeken de gemeenten Diemen, Amsterdam en Gooise Meren naar de mogelijkheden om energie op te wekken op de gronden van Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer. De afronding van de verkenningsfase staat gepland voor medio 2027. In het publiek was de voorzitter van DiemerEnergie aanwezig. Hij sprak zich, in tegenstelling tot veel anderen, positief uit over de plannen voor windmolens in de Diemerscheg, mits de opgewekte energie beschikbaar wordt gesteld voor lokale bewoners.

Wethouder Van den Berg benadrukte dat het volgens hem onvermijdelijk is dat energie-infrastructuur een plek krijgt in het landschap. Daarbij sprak hij ook zijn waardering uit voor een eerder participatietraject waarin bewoners en gemeenten gezamenlijk verkenden wat mogelijk en wenselijk is. Daarnaast stelde hij wel duidelijk: “Niet alles kan landen in de Diemerscheg, dat is ook gewoon zo.”

Tegenover de energietransitie stond tijdens het debat ook de uitzonderlijke ecologische waarde van de Scheggen centraal. Zo wees Wim Zwanenburg (Beschermers Amstelland) erop dat de Ronde Hoep en de Amstelscheg belangrijke gruttogebieden zijn en dat deze groene gebieden niet gecomprimeerd mogen worden door energie-infrastructuur.

Vervolgens kwam de vraag aan bod of juridische bescherming van de Scheggen dan noodzakelijk is om deze ecologisch waardevolle gebieden op de lange termijn te behouden. Veel aanwezigen konden zich daarin vinden. Robert Graat bracht daarbij een nuance aan vanuit zijn ervaring bij Staatsbosbeheer: “Juridische bescherming is geen garantie voor succes; er is ook samenwerking en wilskracht nodig.”

Foto door Sanne Couprie

Investeren in de toekomst van het landschap 

De tweede stelling van de avond luidde: “Investeren met publieke middelen in de groene Scheggen nu, is besparen op publieke kosten in de toekomst.” Wethouder Erika Spil stelde daarbij de vraag wat er gebeurt als er niets wordt gedaan, een scenario zoals in het Improvisatietheater van Atelier 2100: “Hoe ontwikkelt de biodiversiteit zich dan, en kunnen we ons dat veroorloven?” Volgens haar blijft het belangrijk om richting politiek en publiek een helder verhaal te vertellen over de waarde van de Scheggen.

Ook de balans tussen recreatie en klimaatmaatregelen kwam aan bod. Onder andere door nieuwe woningbouw in de Diemerscheg zoals de woonwijk Weespersluis wordt de recreatiedruk op het groen hoger. Wethouder Matthijs van den Berg benadrukte dat natuur, recreatie en klimaatopgaven goed gecombineerd kunnen worden. Wim Zwanenburg wees er tegelijkertijd op dat sommige natuurgebieden juist rust nodig hebben en daarom niet altijd toegankelijk kunnen zijn. Robert Graat benadrukte de wederkerige relatie tussen stad en Scheggen, waarbij toekomstige klimaatopgaven vragen om een gezamenlijke visie op stad en landschap. De verscheidenheid aan uitspraken en opvattingen rondom ruimtelijke vraagstukken in de Scheggen, benadrukt dat veel kwesties en opgaven vragen om een meervoudige aanpak.

Scheggenmanifest als slotstuk 

De debatavond werd afgesloten met de overhandiging van het Scheggenmanifest: “Het belang van de Scheggen voor de bewoners van de Metropoolregio Amsterdam is groter dan ooit. De druk om ze in te zetten voor andere functies groeit, maar juist nu moeten we kiezen voor de lange termijn, en daarmee het versterken van het vestigingsklimaat, de leefbaarheid, de gezondheid en recreatie.”

De debatavond toonde aan dat de toekomst van de Scheggen keuzes vereist die verder gaan dan de grenzen van individuele gemeenten. De belangrijke uitdagingen in de Scheggen, zoals woningbouw, klimaatadaptatie, de energietransitie en het herstel en behoud van biodiversiteit vragen om regionale samenwerking en een langetermijnvisie. De Scheggen nemen een cruciale positie in als ecosystemen in de Metropoolregio Amsterdam, door vooruit te denken kunnen ze ook in de toekomst een belangrijke rol blijven vervullen.

Verslag door Vera Silsbury (Arcam)

Expo Atelier 2100 in CEC-gebouw Zuidoost. Foto door Sanne Couprie